Frequently Asked Questions
Hier vind je antwoorden op de meest gestelde vragen over onze werking, projecten en dienstverlening. We bundelen hier praktische informatie voor professionals, verwijzers en iedereen die meer wil weten over het Universitair Forensisch Centrum.
Nee, wij hebben geen opnamecapaciteit voor onze doelgroep in het UZA.
Patiënten waarvoor een residentiële opname nodig is, worden doorverwezen naar één van de drie residentiële voorzieningen in Vlaanderen die een opnamecapaciteit hebben voor mensen met afwijkend seksueel gedrag (Asster in Sint-Truiden, Sint Lucia in Sint Niklaas en FIDES-R in Beernem).
De contactgegevens zijn terug te vinden in onze sociale kaart.
Bij binnenkomst in het ziekenhuis moet u zich aanmelden bij de elektronische inschrijfzuilen. Zijn je persoonsgegevens onjuist, dan krijgt u een ticket met volgnummer en moet u in de wachtruimte wachten tot het nummer verschijnt. De medewerkers corrigeren de gegevens en geven u etiketten voor de afspraken.
Ontvangt u een ticket met streepjescode, dan zijn de gegevens correct en kan u meteen naar de afspraken gaan.
Voor de bloedafname dient u zich om 8u30 nuchter aan te melden op route 117 op de eerste verdieping.
Daarna wordt u verwacht op de consultatie bij de dienst Psychiatrie/Universitair Forensisch Centrum op de 4de verdieping (routenummer
58), waar u zich aan de blauwe balie aanmeldt. Nadien volgt een gesprek met de psychiater en als laatste een gesprek met de psycholoog en criminoloog. Het volledige onderzoek zal maximaal 3 uur in beslag nemen.
Na een bloedname zal u eerst een gesprek hebben met de psychiater, nadien volgt een gesprek met de psycholoog en criminoloog.
Tijdens het gesprek met de psychiater zal naast de reden voor uw verwijzing ook uw medische en psychiatrische voorgeschiedenis bevraagd worden alsook biografische gegevens, medicatie, etc. Het is handig dat u een duidelijk overzicht van uw medicatieschema bij u heeft, indien u deze niet van buiten kent. We vragen steeds toestemming om medische en juridische gegevens op te vragen. Indien u zelf reeds over verslagen van eerdere behandelingen of opnames of uw juridisch dossier beschikt mag u deze steeds meebrengen, dit kan tijdbesparend werken. Bij het gesprek met de psycholoog en criminoloog zal verder ingegaan worden op seksualiteit en hoe u zelf staat tegenover uw doorverwijzing.
Gedurende de diagnostische fase van de behandeling wordt een uitgebreide testbatterij afgenomen om de individuele probleemgebieden zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Om hiervan een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen worden de volgende domeinen gemeten: psychopathologie (hetgeen onderverdeeld wordt in algemeen functioneren, persoonlijkheidstrekken- en stoornissen, agressieproblematiek, coping, seksuele problematiek en seksuele fantasieën), gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en delictgevaarlijkheid (risicotaxatie).
Het Universitair Forensisch Centrum ontvangt elk jaar talrijke aanvragen voor een stageplaats. Aangezien het team in een kwalitatieve begeleiding wil kunnen voorzien, worden slechts een beperkt aantal studenten toegelaten. Rekening houdend met de samenstelling van het team, worden enkel aanvragen in overweging genomen van studenten in de (toegepaste) psychologie en criminologie.
Graag ontvangen wij van kandidaten een motivatiebrief en een beknopt curriculum vitae. Studenten (toegepaste) psychologie kunnen hun aanvraag richten tot Wim Huys, studenten criminologie richten zich tot Minne De Boeck.
Neen, het UFC-behandelteam doet geen onderzoeken in het kader van de juridische procedure ‘Herstel in eer en rechten’. Deze taak is deontologisch niet te combineren met de taak als behandelaar.
In de nasleep van de Dutroux-zaak wordt het wetsvoorstel van 13 april 1995 ‘betreffende seksueel misbruik ten aanzien van minderjarigen’ met prioriteit geïmplementeerd, waardoor minderjarige slachtoffers een betere juridische bescherming krijgen en aangifte van kindermisbruik gestimuleerd wordt. De schokkende gebeurtenissen zijn immers de directe aanleiding voor het ontstaan van een structurele samenwerking tussen justitie en hulpverlening, inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik.
Eén van de aanbevelingen uit het eindrapport van de parlementaire commissie Dutroux in 1997 was het oprichten van een structurele samenwerking tussen de federale staat, verantwoordelijk voor justitie, en de afzonderlijke deelstaten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) verantwoordelijk voor welzijn en geestelijke gezondheidszorg. De doelstelling hiervan was om een geïntegreerd zorgcircuit voor seksuele daders uit te bouwen. Zo kwamen er op 8 oktober 1998 drie Samenwerkingsakkoorden tot stand tussen de federale staat België en de drie afzonderlijke deelstaten.
Men hanteert een tweesporenbeleid bestaande uit bestraffing en controle enerzijds en behandeling anderzijds. De inleidende bepalingen van het akkoord stellen als doel voorop om een globale, coherente en gecoördineerde aanpak van seksueel misbruik na te streven. Een globale aanpak verwijst naar het tweesporenbeleid vanuit de visie dat zorg en controle voor een betere terugvalpreventie kan zorgen. Een coherente aanpak verwijst naar het belang van continuïteit en kwaliteit in de behandeling van seksuele delinquenten te waarborgen. Hierbij is de communicatie tussen de verschillende hulpverleners cruciaal. Tenslotte wijst een gecoördineerde aanpak op de structurele afstemming tussen de verschillende actoren (magistratuur, gevangenispersoneel, justitieassistenten, behandelaars) en op de informatie-uitwisseling.
Dit zijn de officiële partners die betrokken zijn bij het Vlaams Samenwerkingsakkoord: de opdrachtgevende overheden, de psychosociale diensten van de penitentiaire inrichtingen, de justitieassistenten, de ambulante gespecialiseerde voorzieningen, het Vlaamse steuncentrum en het Vlaams begeleidingscomité. De positie, rollen, taken en verantwoordelijkheden van elke partner staan duidelijk omschreven in het akkoord.