Frequently Asked Questions
Hier vind je antwoorden op de meest gestelde vragen over onze werking, projecten en dienstverlening. We bundelen hier praktische informatie voor professionals, verwijzers en iedereen die meer wil weten over het Universitair Forensisch Centrum.
Het Universitair Forensisch Centrum ontvangt elk jaar talrijke aanvragen voor een stageplaats. Aangezien het team in een kwalitatieve begeleiding wil kunnen voorzien, worden slechts een beperkt aantal studenten toegelaten. Rekening houdend met de samenstelling van het UFC-team, worden enkel aanvragen in overweging genomen van studenten in de (toegepaste) psychologie en criminologie. Graag ontvangen wij van kandidaten een motivatiebrief en een beknopt curriculum vitae. Studenten (toegepaste) psychologie kunnen hun aanvraag richten tot Wim Huys, studenten criminologie richten zich tot Margot Buelens.
Eerst wat geschiedenis. Op 13 augustus 1996 werd Marc Dutroux in Marcinelle (Wallonië) gearresteerd op verdenking van de kidnapping van een veertienjarig meisje de week voordien. Twee dagen later vinden de speurders het meisje, samen met een twaalfjarig meisje dat drie maanden voordien verdween, in erbarmelijke omstandigheden terug. De meisjes waren opgesloten in een schuilkelder, zijn mishandeld, seksueel misbruikt en uitgehongerd, maar nog in leven. De kinderen worden voor het oog van de televisie herenigd met hun ouders. België verkeert in shock. De gruweldaden krijgen internationale persaandacht en de flaters in het gerechtelijk onderzoek naar Dutroux, die voorwaardelijk vrij was, en zijn kompanen worden aan het licht gebracht. Reeds in 1989 werd Dutroux veroordeeld voor verkrachting van vijf minderjarige meisjes, met gevangenisstraf van 13 jaar tot gevolg. In 1992 werd hij echter vervroegd vrijgelaten, een beslissing die, met het aan het licht komen van deze gruweldaden, voor veel verontwaardiging zorgt bij het grote publiek. Er duiken geruchten op over pedofilie netwerken en doofpotaffaires, waardoor het vertrouwen van de burgers in politie en gerecht nog meer gaat wankelen. Op initiatief van de ouders van de vermoorde meisjes, komen op 20 oktober 1996 meer dan 300 000 Belgen op straat in de Witte Mars. Dit krachtig signaal wordt op politiek niveau opgepikt en een parlementaire commissie wordt opgericht om de lacunes en disfuncties in het Belgisch Strafstelsel bloot te leggen en aan te pakken. Het wetsvoorstel van 13 april 1995 ‘betreffende seksueel misbruik ten aanzien van minderjarigen’ zal met prioriteit geïmplementeerd worden, waardoor minderjarige slachtoffers een betere juridische bescherming krijgen en aangifte van kindermisbruik gestimuleerd wordt. Na een gerechtelijk proces van 3 maanden in 2004 wordt Dutroux schuldig bevonden aan ontvoering, gijzeling, verkrachting en moord, en veroordeeld tot levenslange opsluiting.
De Dutroux affaire, die uiteindelijk om veel meer ging dat een pedoseksuele moordenaar, zadelde België met een trauma dat tot op de dag van vandaag voelbaar is. Seksueel misbruik van kinderen, en meerbepaald de vervolging, bestraffing, behandeling en re-integratie van (pedo-)seksuele daders is daarom een thema dat op de voet gevolgd wordt door media en publieke opinie. De affaire zal ook als katalysator dienen om wetgevend werk omtrent de aanpak en behandeling van seksuele daders op gang te trekken. De schokkende gebeurtenissen zijn immers de directe aanleiding voor het ontstaan van een structurele samenwerking tussen justitie en hulpverlening, inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik.
Eén van de aanbevelingen uit het eindrapport van de parlementaire commissie Dutroux in 1997 was het oprichten van een structurele samenwerking tussen de federale staat, verantwoordelijk voor justitie, en de afzonderlijke deelstaten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) verantwoordelijk voor welzijn en geestelijke gezondheidszorg. De doelstelling hiervan was om een geïntegreerd zorgcircuit voor seksuele daders uit te bouwen. Zo kwamen er op 8 oktober 1998 drie Samenwerkingsakkoorden tot stand tussen de federale staat België en de drie afzonderlijke deelstaten. Men hanteert een tweesporenbeleid bestaande uit bestraffing en controle enerzijds en behandeling anderzijds. Justitie staat hierbij in voor het respecteren van de wet, de bescherming van de maatschappij en een zinvolle invulling van de straf. De gezondheids- en welzijnszorg is daarentegen verantwoordelijk voor de ‘harmonieuze’ ontplooiing van (delinquente) medeburgers. De inleidende bepalingen van het akkoord stellen als doel voorop om een globale, coherente en gecoördineerde aanpak van seksueel misbruik na te streven. Een globale aanpak verwijst naar het tweesporenbeleid vanuit de visie dat zorg en controle voor een betere terugvalpreventie kan zorgen. Een coherente aanpak verwijst naar het belang van continuïteit en kwaliteit in de behandeling van seksuele delinquenten te waarborgen. Hierbij is de communicatie tussen de verschillende hulpverleners cruciaal. Tenslotte wijst een gecoördineerde aanpak op de structurele afstemming tussen de verschillende actoren (magistratuur, gevangenispersoneel, justitieassistenten, behandelaars) en op de informatie-uitwisseling.
Dit zijn de officiële partners die betrokken zijn bij het Vlaams Samenwerkingsakkoord: de opdrachtgevende overheden, de psychosociale diensten van de penitentiaire inrichtingen, de justitieassistenten, de ambulante gespecialiseerde voorzieningen, het Vlaamse steuncentrum en het Vlaams begeleidingscomité. De positie, rollen, taken en verantwoordelijkheden van elke partner staan duidelijk omschreven in het akkoord.