Promovendus: Dr. Tineke Dillién
Promotoren: Prof. dr. Kris Goethals en Prof. dr. Bernard Sabbe
Co-promotor: Dr. Inti Brazil (Radboud Universiteit Nijmegen)
Verdedigingsdatum: 3 november 2021
Na zeven jaar intensief onderzoek verdedigde Tineke Dillién haar doctoraat over het neurocognitief functioneren van daders van seksueel kindermisbruik. Dit baanbrekende onderzoek biedt nieuwe inzichten in de hersenfuncties en leerprocessen die een rol kunnen spelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens kinderen.
Het uitgangspunt:
Waarom plegen sommige mensen seksueel misbruik van kinderen? Deze vraag houdt wetenschappers, hulpverleners en de samenleving al decennia bezig. Tineke’s onderzoek benaderde deze vraag vanuit een neuropsychologisch perspectief: zijn er verschillen in hoe het brein van deze personen werkt, en kunnen deze verschillen verklaren waarom bepaald gedrag ontstaat of in stand blijft?
Onderzoeksmethoden:
Het onderzoek bestond uit meerdere deelstudies waarbij plegers van seksueel kindermisbruik werden vergeleken met controlegroepen. Er werden verschillende neuropsychologische taken gebruikt om specifieke hersenfuncties te meten:
- Reinforcement learning taken: Hoe goed kunnen mensen leren van beloningen en straffen? De resultaten toonden aan dat plegers van kindermisbruik moeite hebben met zowel het leren van beloningen als van straffen. Dit betekent dat ze mogelijk minder goed in staat zijn om de negatieve consequenties van hun gedrag (straf, schade aan slachtoffers) te gebruiken om hun gedrag aan te passen.
- Belonings- en strafgevoeligheid: Er werd ook gekeken naar hoe gevoelig mensen zijn voor beloningen en straffen in het algemeen. Dit geeft inzicht in motivationele processen die ten grondslag liggen aan gedrag.
- Emotieherkenning: Kunnen plegers emoties in gezichten van anderen goed herkennen? Dit is belangrijk omdat het samenhangt met empathie en het inschatten van de impact van gedrag op anderen.
Belangrijkste bevindingen:
Het onderzoek liet zien dat plegers van seksueel kindermisbruik significant minder goed presteren op taken die reinforcement learning meten. Dit heeft belangrijke implicaties:
- Ze leren mogelijk minder effectief van negatieve consequenties, wat kan verklaren waarom strafmaatregelen alleen niet altijd effectief zijn.
- In behandeling moet extra aandacht besteed worden aan het aanleren van alternatieve strategieën en het expliciet maken van consequenties.
- De bevindingen ondersteunen de noodzaak van langdurige, intensieve behandeling waarbij niet alleen gewerkt wordt aan inzicht, maar ook aan het “herprogrammeren” van bepaalde denkpatronen en gedragsreacties.
Wetenschappelijke impact:
Tineke’s onderzoek heeft geresulteerd in meerdere publicaties in toonaangevende internationale tijdschriften zoals Sexual Abuse: A Journal of Research and Treatment en Aggression and Violent Behavior. De systematische review over de neuropsychologie van plegers van kindermisbruik wordt wereldwijd gebruikt als referentiewerk.
Van theorie naar praktijk:
De inzichten uit dit onderzoek worden nu toegepast in de behandeling bij het UFC. We besteden meer aandacht aan:
- Het expliciet maken van consequenties van gedrag
- Het trainen van alternatieve copingstrategieën
- Het gebruik van concrete, gestructureerde leervormen in plaats van enkel verbale therapie
- Het werken met beloningssystemen die positief gedrag versterken
Dit onderzoek toont aan hoe fundamenteel wetenschappelijk onderzoek direct kan bijdragen aan betere behandeling en uiteindelijk aan het voorkomen van nieuw misbruik.