Beloningsgerelateerd leren bij kindmisbruikers

 

Doctoraal onderzoeker: Tineke Dilliën1,2
Promotoren: Prof.dr. K. Goethals1,2, Prof.dr. B. Sabbe2
Werkbegeleider: Inti Brazil2,3

1 Universitair Forensisch Centrum, Universitair Ziekenhuis Antwerpen; Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI), Universiteit Antwerpen; 3 Radboud Universiteit, Nijmegen

 

tineke

 

Hoewel neuro(psycho)logische factoren opgenomen zijn in etiologische theorieën over seksuele delinquentie (Ward & Beech, 2006), gebeurde er relatief weinig onderzoek naar het neurocognitief functioneren van seksuele delinquenten. De weinige studies die het neurocognitief functioneren van seksuele delinquenten bestuderen, focussen op de executieve functies (Joyal, Beaulieu-Plante, & de Chanterac, 2014; Joyal, Black, & Dassylva, 2007). Executieve functies zijn de hogere controlefuncties van de hersenen, die mensen in staat stellen om doelgericht te handelen en hun gedrag te controleren zodat zij zich kunnen aanpassen aan hun omgeving. In navolging van Zelazo en Cunningham (2007) kan er een onderscheid gemaakt worden tussen koude en warme executieve functies, waarbij koude executieve functies omschreven worden als zuiver cognitieve of metacognitieve functies terwijl warme executieve functies instaan voor beloningsgerelateerde, emotionele / motivationele responsen. Een blik op de onderzoeksliteratuur omtrent seksuele delinquentie, leert ons dat er voornamelijk aandacht besteed werd aan de koude executieve functies. Hoewel het aannemelijk is dat de metacognitieve functies verstoord zijn bij seksuele delinquenten, zijn de resultaten van deze studies inconsistent en moeilijk met elkaar te rijmen. Voor een aantal van deze studies (hierbij gaat het voornamelijk om oudere studies) wordt het gebrek aan consistente resultaten toegeschreven aan methodologische problemen zoals het gebruik van kleine onderzoeksgroepen, een heterogene samenstelling van de onderzoeksgroepen, ... (Cantor et al., 2005, 2006; Eastvold, Suchy, & Strassberg, 2011; Suchy, Whittaker, Strassberg, & Eastvold, 2009). Desondanks brengen ook studies die methodologisch sterker zijn, weinig duidelijkheid (Cohen, Nesci, Steinfeld, Haeri, & Galynker, 2011; Eastvold et al., 2011; Kruger & Schiffer, 2011; Schiffer & Vonlaufen, 2011; Suchy et al., 2009). In tegenstelling tot de koude executieve functies, werden de warme executieve functies die cruciaal zijn voor het aanpassen van het gedrag aan de (sociale) omgeving, tot nu toe nauwelijks of niet bestudeerd bij seksuele delinquenten.

In contrast met de literatuur omtrent seksuele delinquentie, wordt er in de algemene delinquentie- en psychopathieliteratuur ruim aandacht besteed aan warme executieve functies. Zo werden verstoorde bekrachtigingsprocessen, een verminderd vermogen tot het leren van stimulus-bekrachtiger associaties, ... uitgebreid beschreven en in verband gebracht werden met de etiologie van delinquent gedrag (Blair et al., 2004; Gao, Raine, Venables, Dawson, & Mednick, 2010; Mitchell et al., 2006; Newman & Kosson, 1986; Syngelaki, Moore, Savage, Fairchild, & Van Goozen, 2009).Een goed zicht op de mate waarin beloningsgerelateerde, emotionele / motivationele processen dysfunctioneel zijn en bijdragen tot de etiologie van seksueel delictgedrag, zal de pathofysiologie en de behandeling van seksuele delinquentie ten goede komen.
In de afwezigheid van studies die warme executieve functies bij seksuele delinquenten bestuderen, neemt deze studie een aantal beloningsgerelateerde, motivationele processen die betrokken zijn in het leren van gedrag en het bijsturen van gedrag, onder de loep. Meer bepaald worden de bekrachtigingsgevoeligheid en het stimulus-bekrachtigingsleren bestudeerd bij veroordeelde kindmisbruikers, dit op neuropsychologisch / gedragsmatig vlak. Hierbij wordt een groep kindmisbruikers vergeleken met een niet-klinische, niet-forensische controlegroep en een forensische controlegroep bestaande uit daders van geweldsdelicten. De groep kindmisbruikers en de forensische controlegroep bestaan uit veroordeelden die zich momenteel in de gevangenis bevinden. De groep kindmisbruikers zal verder ingedeeld worden in pedofiele en niet-pedofiele kindmisbruikers.

Stand van zaken:

Een uitgebreide literatuurstudie omtrent het neurocognitief functioneren van seksuele delinquenten werd verricht. Deze literatuurstudie (‘The biocognitive functioning in sexual offenders: A systematic review’) zal ingediend worden ter publicatie.

Wat het empirische gedeelte betreft, bevindt deze studie zich in de fase van de dataverzameling. Tot op heden werden er 55 kindmisbruikers en 31 daders van geweldsdelicten getest. Hiervoor werd er samengewerkt met de gevangenissen van Hoogstraten, Hasselt, Leuven, Merksplas, Wortel, Beveren en Brugge. De dataverzameling zal in de komende periode verder gezet worden in de gevangenissen van Brugge, Gent en Ruiselede. We verwachten voor de zomer van 2017 voldoende data te hebben om de verschillende onderzoeksvragen te kunnen evalueren.

 

Referenties:

Blair, R. J. R., Mitchell, D. G. V, Leonard, A., Budhani, S., Peschardt, K. S., & Newman, C. (2004). Passive avoidance learning in individuals with psychopathy: Modulation by reward but not by punishment. Personality and Individual Differences, 37, 1179–1192.
Cantor, J. M., Klassen, P. E., Dickey, R., Christensen, B. K., Kuban, M. E., Blak, T., … Blanchard, R. (2005). Handedness in pedophilia and hebephilia. Archives of Sexual Behavior, 34(4), 447–459.
Cantor, J. M., Kuban, M. E., Blak, T., Klassen, P. E., Dickey, R., & Blanchard, R. (2006). Grade failure and special education placement in sexual offenders’ educational histories. Archives of Sexual Behavior, 35(6), 743–751.
Cohen, L. J., Nesci, C., Steinfeld, M., Haeri, S., & Galynker, I. (2011). Investigating the Relationship between Sexual and Chemical Addictions by Comparing Executive Function in Pedophiles, Opiate Addicts and Healthy Controls. Journal of Psychiatric Practices, 16, 405–412.
Eastvold, A., Suchy, Y., & Strassberg, D. (2011). Executive Function Profiles of Pedophilic and Nonpedophilic Child Molesters. Journal of the International Neuropsychological Society, 17(2), 295–307.
Gao, Y., Raine, A., Venables, P. H., Dawson, M. E., & Mednick, S. A. (2010). Association of poor childhood fear conditioning and adult crime. American Journal of Psychiatry, 167, 56–60.
Joyal, C. C., Beaulieu-Plante, J., & de Chanterac, A. (2014). The Neuropsychology of Sex Offenders: A Meta-Analysis. Sexual Abuse-a Journal of Research and Treatment, 26(2), 149–177.
Joyal, C. C., Black, D. N., & Dassylva, B. (2007). The neuropsychology and neurology of sexual deviance: A review and pilot study. Sexual Abuse-a Journal of Research and Treatment, 19(2), 155–173.
Kruger, T. H. C., & Schiffer, B. (2011). Neurocognitive and personality factors in homo- and heterosexual pedophiles and controls. Journal of Sexual Medicine, 8, 1650–1659.
Mitchell, D. G. V, Fine, C., Richell, R. A., Newman, C., Lumsden, J., Blair, K. S., & Blair, R. J. R. (2006). Instrumental learning and relearning in individuals with psychopathy and in patients with lesions involving the amygdala or orbitofrontal cortex. Neuropsychology, 20, 280–289.
Newman, J. P., & Kosson, D. S. (1986). Passive avoidance learning in psychopathic and nonpsychopathic offenders. Journal of Abnormal Psychology, 95, 252–256.
Schiffer, B., & Vonlaufen, C. (2011). Executive Dysfunctions in Pedophilic and Nonpedophilic Child Molesters. Journal of Sexual Medicine, 8(7), 1975–1984.
Suchy, Y., Whittaker, W. J., Strassberg, D. S., & Eastvold, A. (2009). Facial and prosodic affect recognition among pedophilic and nonpedophilic criminal child molesters. Sexual Abuse : A Journal of Research and Treatment, 21(1), 93–110.
Syngelaki, E. M., Moore, S. C., Savage, J. C., Fairchild, G., & Van Goozen, S. H. M. (2009). Executive Functioning and Risky Decision Making in Young Male Offenders. Criminal Justice and Behavior, 36(11), 1213–1227.
Ward, T., & Beech, A. (2006). An integrated theory of sexual offending. Aggression and Violent Behavior.
Zelazo, P. D., & Cunningham, W. (2007). Executive function: mechanisms underlying emotion regulation. In J. Gross (Ed.), Handbook of Emotion Regulation (pp. 135–158). New York: Guilford.